Tekst: Joëlle Meijer. Maart 2021.

Wat vinden kinderen zelf van montessorionderwijs? Wat vinden zij belangrijk op school? Ruim 30 kinderen tussen de 6 en 13 jaar, van montessorischolen in Huizen, Leusden en Houten, vertelden over hun ervaringen en bevindingen. Hoe kunnen hun opmerkingen gewogen worden?

Montessorionderwijs stelt het kind centraal door het onderwijs en de voorbereide omgeving zo goed mogelijk af te stemmen op de innerlijke behoefte van het individuele kind. Hierdoor kan dat kind zich optimaal ontwikkelen, is de gedachte. Kinderen leren keuzes te maken en vragen te stellen. Daardoor groeit hun zelfbewustzijn; ze leren ervan op cognitief en sociaal emotioneel gebied. De leerkracht heeft hierbij vooral een coachende rol.

Zelfstandig werken

Vrijwel alle kinderen die ik ‘t vraag willen graag iets over montessorionderwijs vertellen. Pien, groep 5, vertelt enthousiast dat zij op haar montessorischool vooral leert om zelfstandig te werken. Dex, groep 5, voegt daar aan toe dat hij daardoor zichzelf leert kennen. Op alle drie de scholen waar ik kinderen spreek, in Huizen, Leusden en Houten, vertellen ze dat er verplichte werkjes zijn. Als je die af hebt, kun je werkjes doen die je zelf kiest. In Leusden start de bovenbouw soms met een som van de dag. Alle kinderen geven er aan dat ze het liefste een uitdagend werkje doen: ‘Als je het net begint te begrijpen is het echt heel leuk.’ Ze vinden het ook leuk als ze zelf iets mogen bedenken, ‘uitvogelen’, en presenteren. In Huizen vertellen leerkrachten welk werk de kinderen moeten doen. Toch vinden de kinderen ook daar dat ze leren zelfstandig te werken en samen te werken. Ze maken keuzes en plannen hun werk in. Ze werken samen en tijdens de maandelijkse opendeurshow treden ze regelmatig op. Van het presenteren krijgen ze zelfvertrouwen, zeggen ze.

Bovenbouwers van de Houtense Montessorischool vertellen dat ze ook leren om sociaal te zijn tegen elkaar; door niemand buiten te sluiten maar samen te werken. In Houten en Leusden bestaan de groepen uit drie leerjaren, in Huizen uit twee. Ze leren er van en aan elkaar, vertellen ze. Iris, groep 7, zegt dat ze leert om meer in contact te komen met mensen, ‘zodat het later makkelijker is om met andere mensen te communiceren.’ Ook leren ze door veel samen te doen respect te tonen voor elkaar, meent ze. Volgens Ilan en Kaya, groep 6 en 7, begrijpen kinderen dat iedereen zichzelf mag zijn; ze voelen zich ‘gerespecteerd’ door hun leerkracht. 

Montessorimaterialen

Alle kinderen die ik spreek zijn enthousiast over het montessorimateriaal. Het stimuleert de zelfwerkzaamheid, vinden ze. Ze verwoorden het niet altijd even helder, maar uit wat ze zeggen maak ik op dat de kracht van de materialen zit in dat ze kinderen uitdagen op wat ze kunnen. Als ze hun leerdoel bereikt hebben, verliezen materialen aan aantrekkingskracht, dan zijn kinderen toe aan de volgende – montessorimaterialen hebben een zorgvuldig gekozen opbouw in moeilijkheidsgraden. Door alle lesjes, individueel en groepslessen, is er niet altijd tijd om veel met materialen te werken, krijg ik te horen. In Houten en Leusden werken ze met rekenkasten, waarbij sommenkaarten gekoppeld zijn aan materiaal en lesjes. Door observatie houden de leerkrachten de ontwikkeling van ieder kind afzonderlijk in de gaten. Zowel kinderen als leerkrachten vertellen dat kinderen het ook zelf aangeven als ze toe zijn aan een volgende stap.

Op alle drie de scholen geeft de leerkracht soms les aan de hele klas, maar meestal aan kleine groepjes of individueel. Als kinderen dezelfde vraag hebben, kunnen ze uiteraard samen een lesje krijgen. In Huizen vertellen kinderen dat ze meestal eerst een groepsles krijgen; degenen die het nog niet helemaal begrepen krijgen daarna extra uitleg. In Houten en Leusden krijgen ze vooral individueel les. Maar, vertellen ze daar, ze vinden het ook leuk om samen met een werkmaatje een lesje te krijgen: ‘Dan kan je elkaar helpen en samenwerken.’ Enkele bovenbouwers spreken zich duidelijk uit voor groepslessen, ook al passen die sowieso minder goed in montessorionderwijs omdat kinderen van verschillende niveaus bijeen zitten – groepslessen zijn, weet ik uit eigen ervaring, veelal noodgrepen van de docent om kerndoelen te kunnen behalen. Bovenbouwer Deryan voegt daar nog aan toe: ‘Als je tijdens groepslessen een vraag hebt, kan de leerkracht die niet altijd meteen beantwoorden.’ 

Werk plannen

Op alle drie de scholen houden kinderen in een schrift, een aftekenboekje of weekplan bij welke werkjes ze gedaan hebben. Dit geeft inzicht in waar ze mee bezig zijn en waar ze naartoe werken, maak ik op uit wat er gezegd wordt. In Huizen maken ze eerst hun geplande werk af, daarna mogen ze uit de ‘klaar-kast’ een kaartje kiezen met leuke opdrachten als: ‘Zoek tien weetjes op over een dier.’ In Leusden vinden ze het zelfstandig werken fijn, omdat ze zelf mogen kiezen wat ze doen, in hun eigen tempo bovendien. In Leusden en Houten kunnen ze tijdens de ochtenden vrij werken. En ze zouden ook ‘s middags graag meer vrije keuze willen hebben, maken ze me kenbaar. Indy, groep 5, tekent bijvoorbeeld graag, vertelt ze. Ik houd me van de domme als ik op alle drie de montessorischolen vraag of ze de hele dag mogen tekenen, wanneer ze maar willen. Er zijn immers mensen die denken dat je op een montessorischool de hele dag mag doen wat je wil. Alle kinderen roepen dat dit echt niet mag, maar dat je wel mag tekenen bij werkjes en verhalen. En er zijn natuurlijk ook aparte tekenlessen. In de bovenbouw zijn kinderen zich ook terdege bewust van de eisen van het vervolgonderwijs. Iris, groep 7: ‘Je moet nu al laten zien wat je kan, samen met de leerkracht en je ouders ben je zelf verantwoordelijk voor het werken.’

Observeren en stimuleren

Of kinderen een leerkracht nodig hebben om zelfstandig te werken? Wat ik hoor verschilt. Ilse, groep 5: ‘Mijn leerkracht laat me zien dat ik meer dingen kan dan ik dacht.’ Indy, groep 5: ‘Wij helpen elkaar als de leerkracht er even niet is.’ Andere kinderen zeggen vergelijkbaars; ik kan er uit afleiden dat de rol van de leerkracht vooral coachend is – ook om kinderen te stimuleren om te reflecteren en eigen doelen te stellen. Op alle drie de scholen vertellen ze echter ook dat hun leerkracht leuke lessen geeft. Ze verkiezen daarbij de lesjes met de montessorimaterialen boven de lessen uit de methodes. Het allerleukste vinden ze het als ze zelf oplossingen mogen bedenken: ‘Je leert ook na te denken over wat je wel al kan en nog niet’. Kayla, groep 7: ‘De juf helpt je zo goed als mogelijk, welk niveau je ook hebt. Je mag zijn wie je wil zijn’. En op alle scholen vinden ze ook dat een leerkracht best een beetje streng mag zijn. Ilan, groep 6: ‘Je kan het vertellen als je iets vervelend vindt en dan gaan ze daar op letten, en dan komt er echt verandering in.’ Montessorionderwijs krijgt op alle drie de scholen dus verschillend vorm, maar de rode draad is duidelijk: kinderen kiezen welk werkje ze doen, ze krijgen ruimte om hun interesses te volgen en vragen te stellen en ze hebben doorgaans plezier in het leren, alleen en samen met anderen. Ze leren plannen en verantwoordelijk te zijn voor anderen en voor de wereld om hen heen. Als je het de kinderen zelf vraagt, lijken ze ronduit tevreden met hun onderwijs.

Verder met dank aan:
Montessori basisschool Houten: Floris, Missy, Ilse, Dex, Indy, Pien, Sem, Thomas, Iris, Deryan, Lynus, Ilan, Kaja, Yfke, Noah, Xavier
Dr. Maria Montessorischool, Huizen: Benthe, Sophie, Jelle, Pepijn, Aimée, Jip, Lotte, Raf,
Gijs, Pim
Montessorischool ‘t Ronde, Leusden: Jule, Anne, Floris, Lara, Iris, Saffa, Gijs