Tekst: Paul Op Heij

Al jong had ze internationale ervaring, ze woonde in het buitenland en thuis kwamen buitenlanders over de vloer. Haar ervaringen op montessorischolen sloten er op aan, zegt voormalig Europarlementariër Sophie in ’t Veld. ‘Van montessori heb ik een kijk op de wereld meegekregen, niet een die uitsluit maar een die inclusief is.’

Het is een gedurfde stap om samen met iemand die 20 jaar in het Europees Parlement heeft gezeten, een zoektocht te starten naar de al dan niet volwassenwording van de Europese Unie, het EU-parlement én misschien ook wel de politica Sophie in ’t Veld zelf. Met die politieke volwassenwording van haarzelf moeten we ook denken aan haar recentelijke overstap van D66 naar het pan-Europese Volt. Hoewel ontwikkelingen en gebeurtenissen vooruitkijkend op toeval lijken, zie je terugblikkend vaak een lijn. Over zo’n lijn gaat dit gesprek: over haar privéleven, Europa en identiteit en de democratisering van Europa – waar zij als politica zich voor inzet. En dat alles gekoppeld aan vragen die het nieuwe boek van haar voormalig collega-parlementariër Guy Verhofstadt oproept. En ideeën over de EU van hoogleraar Europese geschiedenis Matthieu Segers, die al 15 jaar geleden verkondigde dat de EU uit haar pragmatische, technocratische modus moest komen om geopolitiek sterker in de wereld te staan, en binnenin tegenover het opkomend populisme.

Open naar de wereld

Hoewel zij geboren werd in Overijssel, verhuisde ze al voor haar derde naar Den Haag. Daarna woonde het gezin bijna drie jaar in Suriname voor het werk van haar vader, die er als ingenieur werkte. Ze woonde er tot haar zevende, terwijl ook een van haar broertjes werd geboren. Na de terugkeer in Den Haag werd er nog een broertje geboren. Terug in Nederland ging ze naar Montessorischool Waalsdorp. Ze komt uit een echt ‘montessori-nest’, zegt ze. Haar moeder en dier broer en zussen gingen in Amsterdam naar een montessorischool, wat kort na de Tweede Wereldoorlog nog bijzonder was. Op één broertje na, die voor de middelbare school een ander pad koos, volgde het hele gezin montessorionderwijs. ‘Na de lagere school deed ik vwo op het Haags Montessori Lyceum en inmiddels zitten ook mijn neefjes en nichtjes op montessorischolen.’

‘Na de lagere school deed ik vwo op het Haags Montessori Lyceum en inmiddels zitten ook mijn neefjes en nichtjes op montessorischolen.’

Haar klas 6 van basisschool Waalsdorp en Sophie toen ze ongeveer 15 was en op het HML zat.

In haar boek Een Europees ID1 beschrijft ze hoe zij vroeger thuis cursisten ontvingen. Gedurende haar schooltijd woonden er mensen bij hun in huis, voor zomercursussen of langduriger opleidingen bij het Vredespaleis in Den Haag. Deze gasten kwamen uit alle windstreken, van Afrikaanse dictaturen tot Rusland, en brachten een visie op de wereld mee. Aan de keukentafel werd gesproken over mensenrechten en internationaal recht, door mensen die het vaak persoonlijk niet makkelijk hadden en misschien wel juist daardoor een opener houding naar de wereld en naar mensen. Dat gebeurde in allerlei talen, met verschillende klanken, betekenissen en mimiek. ‘Voor mij zijn deze elementen met elkaar verbonden en vormend geweest: de montessori-opvoeding met een visie op mens en samenleving; de internationale omgeving aan de keukentafel, de focus op rechtvaardigheid; mijn latere politieke activisme. Hoewel ik dit inderdaad pas achteraf als een lijn ging zien, vormden deze ervaringen de basis voor mijn politieke loopbaan. Ik denk ook met warme gevoelens terug aan Harry Te Riele, mijn leraar Grieks en Latijn. Die man was zo bevlogen, eigenlijk mag het ook geschiedenis heten wat hij deed. Ik ben later zelf ook Grieks gaan leren, modern Grieks dan. Het grappige in die taal is dat zij niet zeggen “ik zit in de zon”, maar “de zon ziet mij”. Ik wil maar zeggen: hoe je de dingen uitdrukt, zegt veel over hoe je in de wereld staat.2 Op het Haags Montessori Lyceum had ik nauwelijks meer dan anderen op met vakken als maatschappijleer en geschiedenis, maar we discussieerden buiten lessen om wel vaak over politieke vraagstukken. Dat die kernwapens de wereld uit moesten en dat het beeld dat media aan vrouwen oplegden niet deugde. Wat dat betreft is er eigenlijk nog maar weinig veranderd.’

Humanist van het jaar

Na de middelbare school studeerde ze geschiedenis aan de Universiteit Leiden en volgde een postacademische opleiding management en bestuurskunde. In 2000 slaagde ze voor het Europese ambtenarenexamen. Toen was ze al jaren actief in D66, onder andere als medewerker van een D66-Europarlementariër. Van 1996 tot 2004 bovendien als fractiesecretaris van ELDR, de partij van Liberalen en Democraten in het EU Comité van de Regio’s. In 2004 kwam ze namens D66 in het Europees Parlement, in de liberale ELDR fractie, die sinds 2019 Renew Europe heet. Ze was lid van diverse parlementaire commissies en hield zich bezig met onderwerpen als burgerlijke vrijheden, digitalisering, gender gelijkheid, CIA-detentiecentra in Europa en de scheiding van kerk en staat. Ze noemt zichzelf een atheïst. In  2011 ontving ze in Oslo op het Wereld Humanisten Congres de International Humanist Award, voor haar inzet voor vrouwen- en homorechten. Ze was ook een aantal jaren voorzitter van de humanistische omroep HUMAN. Eerder in 2011 had ze al de Irwin Prize, de Secularist of the Year Award gewonnen.

Haar moeder discussieerde vaak over feminisme, vertelt ze, terwijl ze in feite in haar eentje vier kinderen opvoedde. ‘Ikzelf stond een tijd achter de bar in het Vrouwenhuis. De rode draad in alles wat ik doe is toch vrijheid, om eigen keuzes te kunnen maken. Vrijheid is niet alleen de afwezigheid van dwang, ook de aanwezigheid van mogelijkheden en verantwoordelijkheden – ook weer montessori. Het HML was in die jaren wel een “bubbel” van mensen met een vergelijkbare achtergrond. De ontmoetingen met anderen is prikkelend en inspirerend. Ik beschrijf dat ook in mijn boek, of het nou om een orthodoxe priester uit het voorheen communistische Roemenië gaat of om een socialist van onder het katholieke Franco regiem in Spanje vandaan, voor al die mensen gaat de EU in de kern om vrijheid. Veel mensen die voor de EU werken zijn mensen die dat uit overtuiging doen. Natuurlijk zijn het gewilde en goed betaalde banen, een beetje afhankelijk van uit welke lidstaat je komt. Maar het zegt toch wel iets als mensen bewust de keuze maken om zo’n beweging weg van thuis en de eigen cultuur te maken. Veel jonge mensen willen dat en als ze eenmaal in die internationale omgeving ondergedompeld zijn geweest, willen de meesten er niet meer weg.’

Intergouvernementeel?

Als het om de EU gaat wordt er vaak geklaagd over de betrokkenheid van Nederlanders. Ze  hebben relatief weinig animo om ambtenaar te worden in Brussel, Straatsburg of Luxemburg; ze vinden vrijwel altijd dat Nederland financieel minder moet bijdragen aan de EU en alles wat er fout gaat, werd niet ín maar dóór Brussel besloten, denken ze. Wat weer alles te maken heeft met dat er in Nederlandse media weinig aandacht aan de EU wordt besteed, buiten verkiezingen en crises om dan.3 Traditionele Nederlandse media zijn extreem op de Anglo-Amerikaanse wereld georiënteerd, meent zij. Nederlanders hebben dan ook maar weinig met een Europese identiteit, laat staan dat ze zichzelf Europeaan noemen.

‘Het paradoxale is dat rechtse anti-EU-krachten meer een grensoverschrijdende oriëntatie hebben dan pro-Europese, van wie je dat eerder zou verwachten. Extreem rechts heeft ook politici die iedereen internationaal kent: Orbán, Le Pen, Wilders, Farage. Aan die kant bestaat er veel meer een gemeenschappelijke identiteit, terwijl pro-Europese krachten veel  terughoudender zijn over een Europese demos, eerder een beetje defaitistisch. Het is ironisch, wat ik ook in mijn boek schrijf, dat de anti-EU partijen meer over Europese waarden praten dan progressieve partijen. De pro-Europese partijen, niet per se links, maar wel democratisch, lijden misschien onder de wet van de remmende voorsprong?4 Decennialang was meer Europese samenwerking vanzelfsprekend, tot er ergens begin jaren ’90 een kink in de kabel kwam. Sindsdien durven progressieve krachten nauwelijks meer luidkeels voor Europa te zijn. Om nu maar direct een sprongetje te maken naar dat volwassenwordingsproces van de EU: ze is op het moment meer dan ooit intergouvernementeel. Veel mensen beginnen dan al met de ogen te rollen, want een moeilijk woord. Over de Amerikaanse politiek weten ze bij wijze van spreken alles, wat een government shutdown is, wat impeachement, maar als het over de eigen politiek van de EU gaat, zijn ze niet eens vertrouwd met de terminologie. Veel Nederlanders weten niet wat het betekent dat binnen de EU over bepaalde thema’s op supranationaal niveau besloten wordt en over andere op intergouvernementeel niveau.’

‘Vrijheid is niet alleen de afwezigheid van dwang, ook de aanwezigheid van mogelijkheden en verantwoordelijkheden – ook weer montessori.’

Populisme contra elite

Toch roept dat de vraag op of het niet ook te maken heeft met dat de EU te lang een technocratisch project was, dat wat EU-deskundige, de recentelijk jong overleden Maastrichtse hoogleraar Europese geschiedenis Matthieu Segers, al bijna 15 jaar geleden in Financieel Dagblad schreef5: dat de EU, politiek gezien, eens terug moest komen van de vakantie van de geschiedenis, die haar na de val van de Berlijnse muur in 1989 door Amerikanen werd aangepraat.6 De EU liet het zich decennialang allemaal politiek graag aanleunen, schreef Segers. Met alle onoplettendheid voor kwetsbaardere bevolkingsdelen binnen Europa tot gevolg, zij die niet meeprofiteerden van de eenwording en de globalisering. Aan de ene kant sterke economische groei in lidstaten, toegenomen rijkdom en snelle uitbreiding van de EU, aan de andere groeiende onzekerheid over Poolse vrachtwagenchauffeurs, uitkeringen voor Bulgaren en nauwelijks meer geld in de eigen portemonnee. Kortom een prima voedingsbodem voor gele hesjes en opkomend populisme, vooral tégen de elite. Al die pragmatische politieke praat, in feite meer boekhouding dan politiek, meer kolen op het vuur dan een oplossing. Als zelfs een uitgesproken neoliberale stormram als de Belgische oud-premier en Europarlementariër Guy Verhofstadt7 van het failliet van het pragmatisme spreekt en een herwaardering van ideologische politiek bepleit, lijkt dat dan niet de wereld op zijn kop?

Sophie in ’t Veld: ‘Ik denk dat het vooral een beeld is, gezet door nationale politici en media, dat de EU en de voorlopers ervan een technocratisch project zouden zijn. De EU is niet pas een politieke unie geworden met het Verdrag van Maastricht in 1992; dat is wel het beeld dat is neergezet, als zouden EEG en EG alleen maar op economische integratie gericht zijn geweest. Beleidskeuzes zijn altijd gebaseerd op waarden, denk aan migratiebeleid of buitenlandbeleid. Maar het is intens politiek als je met elkaar begrotingen opstelt en belastingen bepaalt. Het probleem van de EU is dat ze begon als intergouvernementele besluitvorming en dat speelt ons tot op de dag van vandaag parten. Het is niet het probleem dat politici de EU niet politiek zouden willen maken, nee, het probleem is dat ze niet laten zien hoe politiek de EU is. Tot op de dag van vandaag is bij verkiezingen Europa nauwelijks een thema; in partijprogramma’s wordt er nauwelijks iets over gezegd. Als het over Amerikaanse politiek gaat, noemen onze media bij alle thema’s ook de partijen, Republikeinen tegenover Democraten, en de namen van die politici worden tot in den treure herhaald. Als het over Europa gaat hebben ze het alleen maar over “Brussel”, als een containerbegrip, alsof daar geen partijpolitiek en politici bestaan. We maken ons allemaal druk over de Amerikaanse rechtsstaat, hoe die met Trump van de rails loopt, maar het lijkt ons niet te boeien of wij ons in de EU nog aan verdragen houden. Nou ik kan je garanderen dat dat steeds minder het geval is. Sterker nog: er lijkt sprake van een vrije val daar waar het gaat om de uitvoering van gerechtelijke besluiten van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De nationale regeringen en de Europese Commissie en haar voorzitter leggen steeds meer zaken naast zich neer. Je ziet dat het grondwettelijk kader, de spelregels van de Europese democratie, meer met voeten getreden worden. En je ziet een grotere machtsconcentratie bij de Europese Raad van regeringsleiders. Allemaal verstopt onder modieus taalgebruik als “de EU van verschillende snelheden” of nog fraaier Coalition of the Willing. Gelegenheidscoalities waar geen enkel juridisch kader voor bestaat, en dus geen democratische, gerechtelijke of financiële controle.’

Hoezo vervreemding?

Ze herinnert zich toen ze in 1994 naar Brussel verhuisde, haar twee katten met een slaappil achter in het busje, op weg naar het appartementje dat ze er gevonden had. Ze had een gevoel van thuiskomen. ‘Over kosmopolitisme gesproken, iedereen in die stad komt ergens anders vandaan. Een op de vier heeft sowieso niet de Belgische nationaliteit, Afrikaans, Aziatisch, Amerikaans of Europeaan van elders, al dan niet Eurocraat. Brussel is een melting pot en ik voel me daar als een vis in het water. In 2024 ging ik weer campagne voeren voor de verkiezingen voor het Europees Parlement, maar nu in België. Voor het eerst sinds lang realiseerde ik me weer dat ik er strikt genomen een vreemdeling was. En ik vroeg me af of ik dat wel zou kunnen: Belgische kiezers net zo vertegenwoordigen als ik 20 jaar Nederlanders gedaan had. België bestaat uit meerdere componenten en dat geldt nog meer voor Brussel. Formeel bestaat die stad uit een Franstalig en een Vlaamstalig deel, maar dat klopt niet meer met de werkelijkheid. Veruit de meerderheid is sowieso meertalig. Vandaar dat het ook bijna 600 dagen duurde voordat het Brussels Gewest een regering had gevormd. Als je alleen al bedenkt dat nu een op de vier niet eens stemrecht heeft, snap je dat dat niet vol te houden is.’

Toch voelt Brussel voor haar als een thuis, al is ze op het moment dat we elkaar spreken via Zoom in Gent, waar haar vriend woont. ‘Thuis is voor mij niet alleen die plek waar ik woon, want heel Europa is mijn werkterrein. Ik ben na zoveel jaren met meerdere plekken in Europa heel vertrouwd geraakt. Ik ervaar dat niet als ontworteling. Mijn wortels strekken zich gewoon heel breed uit. Voor mij gaat het om met gelijkgestemden te mogen zijn, voor mijn part van over de hele wereld. Zo herkennen dorpelingen elkaar, stedelingen, jongeren, vrouwen. Er was eens een delegatie vrouwelijke parlementariërs uit Afghanistan op bezoek in het parlement, sommigen gesluierd. Ik kwam daar binnen in mijn spijkerbroek, maar binnen vijf minuten hadden we elkaar helemaal gevonden op gemeenschappelijke vraagstukken. Trouwens wat die wortels betreft… hoe snel verandert dat door het internet? Zie hoe scholieren van over de hele wereld elkaar vinden als het om demonstraties tegen klimaatverandering gaat. Of over #MeToo of over Covidmaatregelen. Zie hoe snel er een universele demos kan ontstaan.’

‘We maken ons allemaal druk over de Amerikaanse rechtsstaat, hoe die met Trump van de rails loopt, maar het lijkt ons niet te boeien of wij ons in de EU nog aan verdragen houden.’

Pan-Europese Volt

Ze was ruim 30 jaar lid van het pro-Europese D66, maar stapte in 2023 uit die partij en werd lid van het pan-Europese Volt. ‘Na zo veel jaren uit de club stappen die je thuis, je familie was, is pijnlijk en dat doe je niet lichtvaardig. Maar als uitgesproken pro-Europeaan was Volt het meest voor de hand liggende politieke thuis. Volt begon als spontane beweging na het Brexit referendum, vanuit het idee dat het hard nodig is om het Europese geluid helder en zonder voorbehoud te laten klinken. Volt is een heel jonge club, met afdelingen in meer dan 30 Europese landen. Ik denk dat Volt een soort voorloper is. We zien nu hoe in reactie op alle crises in de wereld de Europeanen dicht naar elkaar toe kruipen. Uiteindelijk moet de EU een federale unie worden, want het huidige model loopt vast.’

Vandaag zitten de vijf Volt Europarlementariërs in de fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie. Maar het doel is om een eigen Volt fractie te gaan vormen. Daarvoor zijn minimaal 23 Europarlementariërs uit zeven landen nodig. Volt maakt zich sterk voor democratisering van de EU, zoals transnationale kieslijsten waarbij je ook op kandidaten uit alle EU lidstaten kunt stemmen. Maar bijvoorbeeld ook een kleinere Europese Commissie en initiatiefrecht voor het Europees Parlement om zelf wetsvoorstellen te mogen indienen; dat recht ligt nu bij alleen de Europese Commissie. ‘Veel nationale regeringsleiders hebben echter de mond vol over EU-autonomie, maar wat ze bedoelen is onafhankelijker van de VS, niet van de Europese lidstaten, dat wil zeggen: de nationale regeringsleiders. De EU zal meer supranationaal bestuurd moeten worden, want je kunt het niet steeds met 27 regeringen, en wellicht meer na toetreding van nieuwe landen, ergens over eens moeten worden – dat werkt enorm vertragend. Gevolg van de nationale veto’s is niet dat de lidstaten machtiger worden, maar dat de VS bepalen. Niet alleen op het geopolitieke terrein, maar ook in Europa. Dat zal echter niet snel veranderen met Rutte nog steeds als een schaduwvoorman van de VVD en de liberalen in het Europees Parlement. Hij heeft immers een uitgesproken voorkeur voor een intergouvernementele EU en beheerst het als geen ander om mensen bang te maken voor die zogenaamde Europese Superstaat. Een manier van denken die lijnrecht in gaat tegen de pleitbezorgers voor een federale EU, onomwonden, zoals de partij Volt, maar ook de oud-voorzitters van de Europese Centrale Bank en de Nederlandse Bank, Mario Draghi en Klaas Knot. Allen voorstanders van een digitale euro en EU-obligaties naar het voorbeeld van de VS, om eerlijker samen de lasten te dragen voor wat er mis kan gaan.’  

Fremdkörper binnen EU

Hoe kan men iemand overtuigen als men er zelf niet vol voor durft te gaan? Zij vindt het vooral hoopvol dat veel jongeren positiever tegenover de EU staan. Jongeren groeien op met internet, zien meer de voordelen van de EU: het EU-Erasmusprogramma, veiligheid in een onveilige wereld, en je als waardengemeenschap samen sterk maken tegenover Amerikaanse Big Tech bedrijven die het internet koloniseren. Het is belangrijk – haar stokpaardjes, dat we blijven beseffen dat slim omgaan met diversiteit voorwaarde is voor democratie en vrijheid. ‘Laten we meer leren van Duitsland dat al zoveel meer ervaring heeft met federaal besturen. In Duitsland heb je de Bondsregering en een parlement met twee kamers: de Bundestag, rechtstreeks landelijk gekozen, en de Bundesrat, indirect gekozen, als vertegenwoordiging van de bondslanden. In de EU vergelijkbaar met het Europees Parlement en de Raad van de EU, met vakministers uit de lidstaten. Maar in de EU hebben ze er een Fremdkörper tussen geschoven: die Europese Raad van regeringsleiders. Die heeft volgens de EU Verdragen geen formele macht, maar moet een lange termijn visie ontwikkelen. In de praktijk echter, trekt de Europese Raad steeds meer macht naar zich toe en gedraagt zich een beetje als een Europese regering. En zie wie er in die Europese Raad zitten: figuren als Meloni, Fico, voorheen Orbán en met een beetje pech volgend jaar Bardella uit Frankrijk. Die raad legt aan niemand verantwoording af en er wordt met unanimiteit, lees politieke koehandel, op een voor niemand transparante manier besloten. Ze zijn bezig de integratie van de Europese markt en de supranationale instituties die de EU wél al heeft, de Commissie, het parlement en de justitiële hoven, te ontregelen en zelfs ontmantelen.’   

‘Laten we meer leren van Duitsland dat al zoveel meer ervaring heeft met federaal besturen.’

De verzwakking van de EU zit ‘m minder in de opkomst van rechtse en extreemrechtse partijen in het parlement, zegt ze, dan in die ontmanteling van de EU achter de schermen. Maar omdat media het daar niet of nauwelijks over hebben, wordt het ook geen politiek onderwerp. ‘Het zou prioriteit moeten hebben dat de Europese Commissie ingekrompen wordt tot een kleiner aantal ministersposten, gekozen door de coalitie in het parlement – zoals dat ook in de nationale democratie gebeurt. De verkleining van de Europese Commissie staat al in het Verdrag van Lissabon: de navelstreng tussen commissie en nationale regeringen definitief doorgeknipt. Maar de nationale regeringen hebben besloten die clausule niet uit te voeren. En een tweede prioriteit: het volledig begrotingsrecht voor het Europees Parlement, zowel de inkomsten- als uitgavenkant, in een normale jaarlijkse begroting, in plaats van een zevenjaarsbegroting. En het recht van enquête, om zo nodig een parlementair onderzoek in te kunnen stellen. Omdat dat nu allemaal niet kan, vindt er eigenlijk een renationalisering van de EU plaats, omdat de Europese Raad van regeringsleiders en de Europese Commissie8 wetgeving of gerechtelijke uitspraken erover naast zich neerleggen. En in de slipstream daarvan doen ook nationale regeringen dat steeds vaker.’  

Vrijheid van onderwijs

In 2024 behaalde ze geen zetel meer in het Europees Parlement. Nu laat ze ‘als gewoon burger’ haar stem horen in het publieke debat, en vervult adviesrollen voor onder andere organisaties als Center for Democracy & Technology Europe en Defend Democracy, waarbij ze haar expertise op het gebied van digitale rechten en democratie kan inzetten.

Met al dat hoezee voor diversiteit, democratisering en vrijheid willen D66 en Volt wél in Nederland de vrijheid van onderwijs inperken, werp ik haar tot slot nog voor de voeten. Je moet je daarbij echter wel afvragen voor wie die vrijheid van onderwijs nu dan geldt, zeg ze. ‘Betekent dat, vanuit de ouders gezien, dat je kinderen informatie over en contact met andersdenkenden of -gelovigen mag onthouden? Een inperking moet alleen uitwassen betreffen, van streng christelijke of islamitische scholen, niet de speelruimte voor katholieke, protestantse en islamitische scholen in het algemeen of pedagogische richtingen als montessori of vrijeschool. Diversiteit prima, maar scholen moeten niet de ruimte krijgen om kinderen te indoctrineren met extreem gedachtegoed. Ik heb van montessori ook een bepaalde kijk op de wereld meegekregen, niet een die uitsluit maar een die inclusief is – volgende week ga ik trouwens weer naar een reünie. Het gaat om gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de wereld nemen en om kennis van het functioneren van de democratie. En als we het dan toch over onderwijs hebben: eigenlijk zou er ook een pan-Europees lespakket moeten komen, inclusief de geschiedenis van de Europese Unie.9 En álle jongeren zouden de kans moeten krijgen om een tijd door te brengen in een andere lidstaat, bijvoorbeeld via een opleiding, stage of werk. Dat moeten we niet langer laten frustreren door nationale regeringen.’

Bronnen:
1. Veld in ‘t, Sophie (2017). Een Europees ID, Uitgeverij Prometheus.
2. Het lijkt een onschuldige opmerking over perspectief, maar gaat over een verschil tussen Noord-Europese talen en het Grieks. Daar waar de eersten meer ik-gericht zijn en taal een instrument om de wereld te ordenen, de mens in controle, daar die in de Griekse taal meer onderdeel van de omgeving, de natuur, die hem/haar overkomt. In De geniale taal. Waarom we allemaal van het Grieks moeten houden (2018) beschrijft Andrea Marcolongo hoe het Oudgrieks een taal van relaties is, van ervaren en subjectiviteit. Waardoor je in zo’n onschuldige opmerking over de zon allicht ook politicologe Hannah Arendt hoort doorklinken. Zij schrijft in Vita Activa (of The Human Condition) over het verschil tussen het private (oikos) en publieke (polis), maakte zich in de jaren 50 al zorgen over hoe onze opvatting van politiek veranderde, meer een instrument werd om (private) behoeften te bevrediging dan publieke ruimte voor debat over algemeen belang. In het publieke was pluraliteit altijd vanzelfsprekend, bij pragmatische politiek dreigen eenvormigheid en totalitarisme, meende Arendt. (POH).
3. Top down niet aan de politiek in Brussel, maar ook bottom up niet aan ‘gewone’ Europeanen, zoals bijv. Arte France doet, met korte, uitstekende reportages over immigranten in Spanje, het kadastreren van grond en het vastleggen van eigendomsrechten in Roemenië of slachtoffers van Loverboys in Frankrijk. Wat een armoede op de Nederlandse publieke omroep toch, realiseer je je dan telkens weer. (POH).
4. In Twijfel aan Europa. Zijn de intellectuelen de vijanden van de Europese cultuur (Ambo 1990) werpt antropoloog Ton Lemaire de vraag op in hoeverre het gebrek aan enthousiasme voor Europa van kritische linkse intellectuelen te maken heeft met het schuldgevoel over het Europese koloniale verleden. En of niet juist het verlies van macht van Europa in de wereld een kans biedt een gidsrol te vervullen. (POH).
5. Segers, Matthieu (2016). Europa en de terugkeer van de geschiedenis, Uitgeverij Prometheus.
6. Segers refereerde daarmee aan het in 1992 verschenen boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, waarin de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama alvast de eindoverwinning van de liberale democratie vierde.
7. Verhofstadt, Guy (2026). De burger in opstand. De toekomst van de politiek & de liberale democratie, uitgeverij Arbeiderspers.
8. Sophie in ’t Veld: ‘Oud-commissievoorzitter Barosso regelde in 2004 dat niet langer de juridische dienst van de EC bepaalde of men in overtreding was ten opzichte van EU-verordeningen of richtlijnen, maar EC-commissarissen zelf. Waarmee die zogenaamde inbreukprocedures een ruilmiddel werden waarmee de commissievoorzitter lidstaten onder druk kan zetten, bijvoorbeeld om geen veto uit te brengen, in ruil voor bevroren EU-tegoeden voor Orbán of vrij de pers kunnen breidelen door Meloni in Italië. Het Europees Hof heeft inmiddels bepaald dat de EC daarmee in overtreding was, maar er is nog niets mee gedaan.’
9. In haar boek Een Europees ID heeft ze het ook over de verschillen in geschiedenisboeken in de lidstaten. De doelstelling van de vereniging van geschiedenisleraren, Euroclio, en van bilaterale samenwerking, is te komen tot een gezamenlijk perspectief van landen. Al kun je je daarbij wel afvragen of dat top down vanuit de EU of bottom up vanuit de lidstaten moet gebeuren.