Tekst: Jaap de Brouwer
Foto’s: Archief AMI

In het net ontstane Italië maakte Maria Montessori als kind en jongvolwassene een aantal opvallende keuzes die in gingen tegen de toen heersende opvattingen over de rollen van vrouwen en mannen. Emancipatie, strijd en vooroordelen zijn niet alleen elementen die zij zelf heeft ervaren in haar leven, maar ze vormen ook de basis voor haar onderwijs en opvoedingsidealen.

Rafaël – Madonna met de stoel (1513-1514). Te bewonderen in het Palazzo Pitti te Florence.

Toen Maria Montessori in 1870 geboren werd, het jaar dat het vaakst genoemd wordt voor de eenwording van Italië, heerste er hoop en optimisme onder de bevolking. Er waaide een nieuwe wind, met nieuwe mogelijkheden en kansen, maar er was nog een lange weg te gaan, zeker voor wat betreft opvoeding, onderwijs en vrouwenrechten. Hoewel Maria Montessori liefdevol en ondersteunend werd opgevoed, kan die opvoeding ook spartaans genoemd worden en ontbrak al zeker een ondersteunende methode als die zij later zelf zou ontwikkelen.1,2 Haar vader, Alessandro, was oud-militair en later rijksambtenaar. Haar moeder, Renilde, was onderwijzeres, het beroep dat ze opgaf toen ze trouwden, zoals gebruikelijk in die tijd.1 Zij was, zeker voor die tijd, een hoogontwikkelde vrouw, van goede komaf, zoals dat heet. Haar eigen leven verliep traditioneel, maar zij moedigde haar dochter aan om te breken met het stereotype rolpatroon.3 Haar moeders niet gerealiseerde ambitie, in combinatie met nieuwe mogelijkheden voor vrouwen om te studeren en bepaalde beroepen uit te oefenen, waren een motor voor Maria Montessori’s aspiraties.2

Vrouwenwerkjes

Op de lagere school, hoewel daar weinig over bekend is, stak Maria er niet bovenuit. Ze kreeg op school de hoogste cijfers voor gedrag en voor lavori donneschi (vrouwenwerkjes) oftewel naaien, borduren en breien.2,3 Ze vertelde er later over, dat school voor haar vanaf de eerste dag voelde als een kindergevangenis. Het was de bedoeling dat ze roerloos in de schoolbank zat en luisterde. Het was dan ook daar al dat Maria, als klein meisje, voor het eerst in opstand kwam tegen het heersende schoolsysteem.1

In 1883, precies nadat Maria Montessori klaar was met de lagere school, trad er een nieuwe Italiaanse wet in werking die vrouwen toegang verleende tot middelbare scholen.1,4 Zij overtuigde haar ouders om verder te gaan studeren aan de lagere, middelbare technische school, een keuze die haar moeder steunde.1 Ze rondde binnen drie jaar de lagere middelbare technische school af, waarna ze nog verder wilde studeren. Haar vader wilde graag dat ze haar opleiding vervolgde op de kweekschool, de meisjesopleiding bij uitstek, om lerares te worden. Maar Maria wilde daar niks van weten, juf worden interesseerde haar niet. Ze wilde naar de hogere middelbare technische school, in die tijd ook een ongebruikelijke keuze voor een meisje.1 Maria wilde namelijk ingenieur worden.2,3

Het ingenieurschap

Alle eigenschappen en vaardigheden die voor het ingenieurschap vereist waren, werden in die tijd exclusief met mannen geassocieerd. Het beroep van ingenieur opende deuren naar een domein dat voor vrouwen verboden was. Op de hogere middelbare technische school zat dan ook slechts één ander meisje.1 Hoewel ze beide welkom waren, stond het vervolgonderwijs voor vrouwen überhaupt nog in de kinderschoenen; scholen en leraren waren er nog niet goed op ingericht of op voorbereid. Zo waren er geen aparte meisjes toiletten en zaten de meiden tijdens de pauzes in een apart lokaal, zodat de jongens hen niet lastig zouden vallen.1,2

Misschien dat Maria Montessori juist daardoor geprikkeld werd en het als een uitdaging zag: om te behoren tot de eerste meiden die de jongens- en mannenwereld van de middelbare school betraden.1,2 Alle belangstelling die ze kreeg, hoe kwetsend soms ook, had te maken met het feit dat ze een meisje was. Ze moest zich daarom, meer dan gewoonlijk al het geval is tijdens de puberteit, scherp bewust zijn van haar vrouwelijkheid en van de voor- en nadelen die dat met zich meebracht.2

Medicijnenstudie

In juni 1890 slaagde ze voor de hogere, middelbare technische school. Haar moeder spoorde haar aan om naar de universiteit te gaan, haar vader hoopte dat ze zou stoppen met studeren. Hoewel trots op zijn dochter, vreesde hij de vooroordelen van die tijd: vrouwen die doorstudeerden werden als mannelijk gezien en als ze zo opging in haar studie vreesde hij dat ze geen echtgenoot zou vinden en moeder kon worden.1 Maar Maria wilde naar de universiteit. Ze veranderde ook van gedachte; ze wilde niet langer ingenieur worden, maar arts. Waarom ze van gedachte veranderde is niet duidelijk.

Sinds enkele jaren waren de wettelijke beperkingen in Italië voor het toelaten van vrouwen aan de universiteit opgeheven, maar de culturele hindernissen waren nog enorm.1 Omdat ze niet over de goede vooropleiding beschikte om geneeskunde te studeren, schreef ze zich eerst in bij natuurwetenschappen. Maar na twee jaar natuurkunde, extra privé lessen Latijn en Grieks, had ze zichzelf voldoende bijgespijkerd. Ze deed een aanvraag om over te stappen naar de faculteit geneeskunde; een aanvraag die uiteindelijk werd goedgekeurd. Toen ze in 1892 begon als studente in de medicijnen aan de universiteit van Rome, was de slag om de vrouwelijke arts echter nog lang niet gestreden. Haar toelating tot de studie geneeskunde is dan ook met veel onduidelijkheid omgeven: in verschillende biografieën wordt zelfs gesteld dat er tussenkomst van de paus nodig was, een gesprek met de minister, inbreng van de vrijmetselaarsbeweging of dat er sterke weerstand van de academici was.2,3 Volgens De Stefano was dat echter allemaal niet het geval.1 De professoren waren volgens haar begripvol en de faculteit geneeskunde was destijds een progressief bolwerk, met vooruitstrevende opvattingen. Het feit dat ze eerder nog niet de juiste vooropleiding had, zou de belangrijkste reden zijn geweest waarom ze aanvankelijk niet werd toegelaten tot geneeskunde.

Mannenbolwerk

Toch was ook de studie geneeskunde een mannenbolwerk. Zo zijn er verhalen dat Montessori altijd als eerste (of als laatste) de collegezaal binnenkwam om zo het contact met haar mannelijke medestudenten te beperken.1,2 Maar ook hier verschillen de overleveringen: zo schrijft Kramer dat de mannen het leven van Maria Montessori op de faculteit lastig maakten en haar weinig gunden.3 De Stefano daarentegen schrijft dat problemen in de collegezaal eerder veroorzaakt werden door haar overdreven preutsheid, dan door het gedrag van de mannen om haar heen.1 Hoe het ook zij, Maria Montessori overtuigde steeds meer als intelligente, hardwerkende studente met goede cijfers. Zo won ze een studiebeurs van 1000 lire, wat veel geld was in die tijd.1 Maar ook omdat ze een mooie, jonge vrouw was, trok ze de aandacht.2 De publieke belangstelling voor haar groeide; zo werd het nieuws over haar studiebeurs opgepikt en verspreid door een krant in Rome.

In 1896 studeerde ze af. Haar afstudeerscriptie werd gepresenteerd op een congres. Niet door haarzelf, want zij was immers een vrouw, maar door een van haar mannelijke collega’s. Een artikel van haar werd gepubliceerd in een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift. Maria Montessori zou zelf over haar afstuderen gezegd hebben: ‘Iedereen kijkt naar me en loopt achter me aan, alsof ik een beroemdheid ben’.5 En elders: ‘Ik ben niet beroemd geworden vanwege mijn vaardigheid of mijn intelligentie, maar vanwege mijn moed en mijn onverschilligheid ten opzichte van alles.’6

‘Ze riep vrouwen op zich in het wetenschappelijk domein te begeven en te gaan studeren.’

Maria Montessori 1886.
Vrouwencongres Berlijn

Tijdens haar studie kwam Maria Montessori in contact met de feministenvereniging van Rome ‘Per la donna’, wat ‘voor de vrouw’ betekent. Vanuit deze betrokkenheid werd ze in 1886 als Italiaanse afgevaardigde uitgezonden naar het internationale Vrouwencongres in Berlijn.1 Daar oogstte ze bewondering met haar lezing over het recht van vrouwen op gelijke arbeid en gelijke betaling. En ook daar werd ze in de pers bejubeld, al was dat niet per se op een manier die haar beviel. Het ging eerder over haar uiterlijk en charme, dan over de inhoud die ze voorstond. Montessori zei daarover: ‘Niemand zal meer over mijn zogenaamde schoonheid durven jubelen. Ik ga serieus aan het werk!’7

Haar bijdrage aan de vrouwenemancipatie rijkt verder dan alleen deze lezing. Ze was eerder al actief betrokken bij initiatieven op het gebied van volksgezondheid gericht op vrouwen en zuigelingen en op het bevorderen van popularisering van wetenschap onder vrouwen.8 Haar betrokkenheid bij de vrouwenbeweging en haar feministische insteek doen ook vermoeden dat ze er geen genoegen mee nam om als uitzondering door het leven te gaan.2

Geëmancipeerd moederschap

Sommigen durven zelfs te stellen dat het feminisme de rode draad vormt in de manier waarop de jonge Maria Montessori intellectueel en wetenschappelijk gevormd werd.8 Het zou bovendien een inspiratie zijn geweest voor haar overgaan van geneeskunde naar pedagogiek.8 Toen Montessori 1895 voor het eerst in aanraking kwam met kinderen in de psychiatrische kliniek in Rome, maakte haar interesse inderdaad de wending van geneeskunde naar pedagogiek. Waar ze eerder streed voor andere opvattingen over de rollen en vooroordelen van vrouwen, ging ze nu strijden voor andere opvatting over de behandeling van ‘abnormale’ kinderen. Ze ging zich verdiepen in de behandeling van deze kinderen, iets waar ze later ook lezingen over zou gaan houden.2

Die lezingen gingen niet alleen over zulke kinderen en hun behandeling, maar ook over de zogenaamde ‘Donna Nuova’, de nieuwe vrouw; ze riep vrouwen op zich in het wetenschappelijk domein te begeven en te gaan studeren.1,2 Waar ze eerder zelf als arts leerde om objectiviteit en distantie te betrachten ten opzichte van patiënten, zag ze in dat deze ‘abnormale’ kinderen óók liefde nodig hadden. Ze zag die liefde zelfs als een belangrijk opvoedingsinstrument.2 Zo ging zij liefde combineren met wetenschappelijke distantie. Waarbij, ook opmerkelijk, de vrouw deze liefde juist symboliseert. Zo kwam het dat zij de nieuwe vrouw ging presenteren als intelligent, actief, daadkrachtig, zelfstandig en strijdbaar, zonder haar liefde te verliezen.2 Het paste allemaal wonderwel binnen haar opvattingen over opvoeding en de rol van de vrouw daarin, die je als ‘geëmancipeerd moederschap’ zou kunnen omschrijven.

Strijd, emancipatie, vooroordelen

De strijd voor het kind, de vooroordelen over kinderen en de nadruk op emancipatie vormen nog steeds het fundament onder de montessoripedagogiek. In latere boeken zou Montessori regelmatig de nadruk leggen op de vooroordelen die veel opvoeders hebben over kinderen en hun ontwikkeling, de strijd tussen de volwassene en het kind en de nadruk op de emancipatie van het kind.

Haar wetenschappelijke achtergrond was ook nooit ver weg: distantie tijdens het observeren van kinderen, haar oproep om van leraren wetenschappers te maken, de nadruk op wetenschappelijkheid in haar boeken. Het verraadt allemaal waar Montessori vandaan komt. Maar ook haar nadruk op een liefdevolle omgang met kinderen ontbrak zelden; in haar boek de Methode beschrijft ze het schilderij van Rafaël, de Madonna della Seggiola, die in haar eerste Casa dei Bambini hing. Het werk was gekozen als symbool voor ‘de veredeling van het moederschap, de bevrijding van de vrouw en de bescherming van de nakomelingschap’.9 Een werk waarvan Montessori hoopte dat het in elke montessorischool zou komen te hangen, als verwijzing naar de liefde voor het kind.

Bronnen:
1. De Stefano, C. (2020). Maria Montessori. Het kind is de meester. Xander
2. Schewgman, M. (1999). Maria Montessori 1870 – 1952. Kind van haar tijd. Vrouw van de wereld. Amsterdam University Press
3. Kramer, R. (1976). Maria Montessori. G. P. Putmans’s Sons
4. Quarfood. C. (2023). Maria Montessori. Life and Historical Context. In A. Murray, E. M.T. Ahlquist, M. McKenna, & M. Debs (Eds.), Handbook of Montessori education (pp. 5–19). Bloomsbury Publications
5. De Stefano, C. (2020). Maria Montessori. Het kind is de meester. Xander, p. 37
6. Kramer, R. (1976). Maria Montessori. G. P. Putmans’s Sons, p. 49.
7. De Stefano, C. (2020). Maria Montessori. Het kind is de meester. Xander, p. 42
8. Babini, V. P. (2023). The Scientific Feminism of Maria Montessori. In A. Murray, E. M.T. Ahlquist, M. McKenna, M. Debs (Eds.), Handbook of Montessori education (pp.21–27). Bloomsbury Publications
9. Montessori, M. (2016) De Methode. Montessori-Pierson Publishing, p. 4